Inleiding

Dit vak onderzoekt de oorsprong en het ontstaan van ons denken. De eerste stap is dat we ons bewust moeten worden van de manier waarop we over de wereld om ons heen en over onszelf nadenken. Daarna gaan we te rade bij enkele grote denkers uit het verleden om te begrijpen waar ons denken, dat wil zeggen ons wereldbeeld, onze ideeën, etc. vandaan komen.

Doel

Het uiteindelijke doel van dit vak is dat studenten kritisch leren omgaan met hun eigen gedachten en ideeën. Om dat te bereiken werkt dit vak aan een aantal specifieke tussendoelen:

  1. Studenten worden zich bewust van hun denken en vooral van de grenzen daarvan.
  2. Door te ontdekken wat de oorsprong is van hun denken en door de gedachten van grote denkers te overwegen leren studenten om hun eigen denken scherper te beoordelen.
  3. Door allerlei uitingen van het hedendaagse denken – zoals films, tweets, krantenberichten, etc. – te bespreken leren de studenten niet alleen hun eigen denken, maar ook het denken dat ze om zich heen aantreffen kritisch te beschouwen.

Aanpak

Elk college bestaat uit een drie vaste onderdelen:

  1. Een grondige bespreking van een van tevoren gelezen tekst van een van de grote denkers.
  2. Een bespreking van een uiting van het hedendaagse denken.
  3. Een speech van een van de studenten over het thema van het college

Inhoud

Het is onmogelijk om alle denkers te bespreken die in de categorie ‘grote denkers’ vallen. Daarom gaan we in dit vak aan de slag met een klein gezelschap dat het geheel aan denkers zo goed mogelijk zal proberen te vertegenwoordigen. Ik stel u voor: Plato, Marcus Tullius Cicero, Aurelius Augustinus, René Descartes, David Hume, Friedrich Nietzsche en Simone Weil.

Docent

Niko Schonebaum MA         niko.schonebaum@landmerk.nl